Retro interieur: de jaren 50 tot 70
6 maart 2024, 2 min lezen
Een retro interieur gebruikt vormen en kleuren uit de jaren vijftig tot zeventig. Met een paar goede stukken blijft het modern in plaats van nep.
Een retro interieur haalt vormen en kleuren uit de jaren vijftig tot zeventig terug in een huis van nu. Je ziet ronde tafels, teakhout en kleuren als oranje en mosterdgeel. De stijl werkt het best als je een paar echte stukken combineert met een rustige basis.
Wat je ziet
- Kleuren: oranje, mosterdgeel, avocadogroen, turquoise en bruin.
- Materialen: teakhout, formica, velours, rotan en chroom.
- Vormen: rond en afgeronde hoeken, schuine poten, lage zitting.
- Patronen: geometrische prints, ruiten en cirkels.
Zo pas je het toe
- Koop een echt stuk. Een teakhouten dressoir of een vintage fauteuil. Zoek op markten en in tweedehands winkels.
- Houd de basis rustig. Wit of crème op muren en vloer, en de kleur in meubels en textiel.
- Kies twee kleuren, niet vijf. Bijvoorbeeld mosterdgeel en bruin. Retro in zes kleuren oogt als een feestwinkel.
- Gebruik ronde vormen. Een ronde salontafel of een bolle lamp geeft de sfeer zonder dat je alles hoeft te vervangen.
- Zet er een patroon bij. Eén behang, kussen of kleed met een geometrisch patroon.
Fouten die je kunt voorkomen
- Alles uit één tijd. Een kamer vol spullen uit 1972 is een museum. Combineer met moderne stukken.
- Te veel kleur. Kies een paar tinten en laat de rest neutraal.
- Comfort vergeten. Veel oude banken zitten laag of hard. Test een stoel voor je hem koopt.
- Namaak. Goedkope kopieën met een nepnerf zien er snel nep uit. Een echt tweedehands stuk is vaak goedkoper en beter.
Op een board
Warme, gele tinten zie je op Gedurfd Geel. Gebruik het als start en voeg ronde vormen en teak toe.
Wil je een mix van oud en nieuw? Lees over het eclectische interieur. Het overzicht van interieurstijlen toont de rest.
Zet je kleuren en meubels eerst op een gratis board.